Droogte kweekvijver DNIJ lijkt voorbij
APELDOORN – Ze is onlangs 62 jaar geworden, maar nog altijd is voormalig olympisch kampioene Ans Schut (goud in 1968) de laatste uit Apeldoorn afkomstige schaatser die een rol van betekenis speelde. Sterker nog, de kweekvijver van de enige schaatsvereniging in de stad, DNIJ, vertoont al jaren meer symptomen van de Sahara dan van een bruisende talentenfabriek.
Volgens schaatscoach Helmuth van den Brink is het echter gedaan met die aanhoudende droogte. ,,We hebben nog nooit zoveel mensen in de regioselectie gehad als nu.”
Toch zal het nog even duren voor we de eerste Apeldoorner sinds mensenheugenis bij Studio Sport door het beeld zien zoeven. ,,We moeten nog een jaar of vijf á zes geduld hebben”, voorspelt Van den Brink. Hij is zelf inmiddels 29 jaar, maar was lange tijd Apel- doorns hoop in bange schaatsdagen. Aan het begin van dit millennium, toen schaatsen nog schaatsen was en niet werd geregeerd door de commercie, gold hij als een groot talent.
Zijn echte doorbraak bleef echter uit. Met een vijftiende plaats op het NKallround als beste prestatie lukte het hem niet de status van subtopper te ontstijgen. De oorzaak? Van den Brink schudt zijn hoofd van links naar rechts en vice versa: ,,Ik weet het niet precies. Het heeft denk ik met dingen te maken als gebrek aan faciliteiten en talent. Ik had het nét niet. Of ik er alles uitgehaald heb? Dat wel, ik heb er zelfs mijn studie fysiotherapie voor opgegeven.”
Hoe raar het kan lopen in het leven blijkt wel uit het feit dat hij inmiddels als makelaar door het leven gaat. Hij zegt ondanks de ingestorte huizenmarkt veel plezier aan zijn vak te beleven. Al betreurt hij het wel dat er naast het verkopen van woningen weinig tijd resteert voor de passie die hij sinds vier jaar heeft: het trainen van schaatsjunioren. Zijn drukke agenda laat dat enkel op dinsdagavond toe. ,,Ik zou wel vaker willen, want het is erg leuk om het enthousiasme bij de jeugd te zien en hoe blij ze zijn als ze een pr hebben gereden. Bovendien vind ik het tijdens wedstrijden nog spannender dan toen ik zelf nog schaatste.”
En Van den Brink weet natuurlijk als geen ander dat spanning dé factor is die het verschil kan bepalen tussen winst en verlies. ,,Als schaatser was ik altijd goed in relativeren en dat probeer ik nu ook over te brengen. ‘Het is maar een wedstrijd’, zeg ik dan tegen iemand die heel zenuwachtig oogt. Daarnaast moeten ze vooral plezier hebben.”
Maar is daarmee niet juist het grote manco van DNIJ genoemd. De vereniging, die zo’n 300 leden telt, straalt een warme sfeer uit, waardoor het tevens de schijn wekt dat het allemaal wat vrijblijvend is. Van den Brink weerspreekt dit. ,,We zijn een echte gezelligheidsvereniging. Maar tijdens de training gaat het er serieus aan toe. Daarbuiten wordt er veel geouwehoerd.”
De resultaten spreken bovendien in zijn voordeel. Met onder anderen Igor Pieters, Sebastiaan Klein Heerenbrink, Arvin Wijsman en Annet Pit heeft DNIJtalenten in huis die zich nadrukkelijk manifesteren. ,,We hebben nog nooit zoveel vertegenwoordigers in de regioselectie gehad. Dankzij een verbeterde structuur, er is een betere doorstroming van pupillen, komt er weer talent bovendrijven.” Het lijkt dus goed te komen met het Apeldoornse schaatsen, helemaal met het vooruitzicht dat ‘De Nieuwe IJsbaan’ in 2009 met de bouw van een baan bij Omnisport Apeldoorn echt eer aan kan doen.




