Anne van Dam, serieus genieten op de golfbaan
Golfen is haar passie, maar ze kan eigenlijk in veel sporten wel uit de voeten. Wedstrijdzwemmen, voetballen, het ging Anne van Dam altijd gemakkelijk af. ‘Een sportief kind’, noemt haar moeder haar. Maar sinds een paar jaar is het pad versmald. Golf heeft haar gegrepen, al was dat helemaal niet de opzet. Vader Roelof nam haar als meisje van vijf mee naar de golfbaan. ‘Het was in het buitenland, en ik vond het meteen wel een leuke sport’, vertelt ze.
Daarom ging ze vaker mee en al snel bleek ze een talentje. Ze werd gevraagd voor de C-selectie, waarin voorheen de jongste Nederlandse golftalenten zaten. Tegenwoordig bestaat er alleen nog maar een B-selectie, waarin de talenten tot vijftien jaar een plaats vinden. Anne is dan nog wel veertien, maar ze maakt al wel onderdeel uit van Jong Oranje, een volgende trede op de selectieladder. Dat zegt iets over haar talent en ook over haar inzet. ‘Ik werk hard’, beaamt ze. ‘Ben zo’n 25 uur met trainen en wedstrijden bezig en dan ook nog een paar uur met fysieke training.’
Omdat ze daarnaast natuurlijk nog naar school moet, zitten de dagen propvol. ‘Maar ik word door iedereen goed geholpen’, vertelt ze. ‘Jaap Breur is mijn topsportcoördinator op het Beekdallyceum en hij zorgt er voor dat ik bijvoorbeeld een apart rooster heb, dat ik extra lessen krijg als ik eens iets heb gemist, of dat ik een proefwerk later kan maken.’
Omdat ze veel in het buitenland zit, kan ze met haar talen flink oefenen. ‘Engels gaat me goed af en dat is ook de voertaal. En laatst in Duitsland dacht ik wel even een woordje Duits te kunnen spreken. Dat viel me toch wel even tegen.’
Bij hetzelfde toernooi in Duitsland was er wel een fantastische ervaring. Zo eentje waarvan je weet, hier doe ik het voor. Ze putte bij de achttiende hole en de tribune die er naast stond, puilde uit van de mensen. Er klonk applaus na haar slag. ‘Dat was een goed moment’, constateert ze nuchter. Heel even waande ze zich aan de top, en dat betekent in het vrouwenprofcircuit een plaatsje in LPGA-Tour. ‘En daar wil ik ook naar toe’, stelt ze onomwonden.
Dat golf een mentale sport is, daar is ze inmiddels wel achter. De emoties moeten altijd onder controle zijn en dat gaat haar steeds beter af. ‘Er is nu een regel in Nederland, zero tolerance, als je dus loopt te vloeken en te tieren dan word je gediskwalificeerd. Je moet geen rare dingen uithalen.’
Met een handicap van 2.6 zit ze nationaal bij de besten van haar leeftijd. Vader Roelof, met een handicap van 12, is ze al lang voorbij. Plaagt ze hem er nog wel eens mee? ‘Nauwelijks eigenlijk. We hebben wel ontzettend veel lol, maar op de baan moet er toch serieus gewerkt worden. Bovendien is het een feit dat hij niet veel beter meer kan worden en ik mijn grens nog niet heb bereikt.’
Ze klinkt volwassener dan haar leeftijd van 14 doet vermoeden. Tijd om net als haar leeftijdgenoten de stad in te gaan en daar wat rond te hangen heeft ze niet of nauwelijks. ‘Maar daar heb ik geen moeite mee. Soms, heel soms, als ik in het buitenland zit en mijn beste vriendin viert haar verjaardag, ja dan verlang er wel eens naar om daar bij te kunnen zijn. Maar dat is dan ook weer heel snel over hoor.’
Tiger Woods was haar idool. Natuurlijk, en eigenlijk is hij dat nog steeds, ondanks zijn perikelen buiten de baan. ‘Wat hij doet, is zo bijzonder en zo goed, daar kun je als golfer alleen maar van dromen.’ Haar droom is het om bij de besten van de wereld te gaan horen, maar mocht dat onverhoeds niet lukken, dan heeft ze een spannend alternatief. ‘Ik zou dan heel graag piloot willen worden’, meent ze. ‘Dat zit bij ons in de familie. Mijn moeder vliegt op een trauma-heli, en mijn vader vliegt bij Martinair.’
Maar dat is voorlopig een noodscenario. Ze is gepassioneerd bezig met het golfen. Vanuit haar woonplaats Arnhem is het een klein stukje naar Papendal, waar een mooie golfbaan ligt, waar ze haar fysieke conditie op de atletiekbaan kan verbeteren en waar een prettig topsportklimaat heerst. Ze probeert met elke training zo bewust mogelijk om te gaan. ‘Je kunt wel 1000 ballen per dag slaan, maar als je niet gefocust bent, heeft dat helemaal geen nut.’ Het klinkt erg serieus allemaal, zo beseft ze. ‘Op de baan is het ook serieus, maar ik ga er elke dag met plezier naar toe. Buiten zijn met iets dat je zo leuk vindt, ik vind het geweldig. En ik heb er dan ook veel voor over om te zien waar mijn grens ligt.’




